Advocatenkantoor Bosman te Arnhem, uw advocatenkantoor in strafzaken
Algemeen
Advocatenkantoor Bosman is gespecialiseerd op het gebied van het strafrecht en behandelt alle soorten strafzaken. In elke fase van het strafproces krijgen de cliënten van het kantoor advies en bijstand. Advocatenkantoor Bosman zet zich tot het uiterste in voor de optimale bescherming van de rechten van haar cliënten en voor een correcte toepassing van het recht en de procesregels.
Taak strafrechtadvocatuur
Strafrechtadvocaten zien het als hun nadrukkelijke taak om ook burgers bij te staan die worden verdacht van ernstige delicten en daarvoor door de maatschappij al veroordeeld zijn voordat de rechter een uitspraak heeft gedaan. In een rechtstaat dient er immers voor gewaakt te worden dat alle burgers een eerlijk proces krijgen. Mr Bosman van advocatenkantoor Bosman kent geen vooroordelen en zal u altijd naar zijn beste vermogen bijstaan.
Bijstand van een strafrechtadvocaat
Wanneer u in aanraking komt met politie en justitie is het van belang uw belangen reeds in een vroeg stadium te bespreken met een advocaat. Met name het al dan niet gebruik maken van een zwijgrecht kan een belangrijke beslissing in een strafzaak zijn. Bij de eerste verhoren door de politie, maar vaak ook daarna, wordt een advocaat in Nederland niet altijd toegelaten. Wel heeft u tijdens de eerste verhoren recht op rechtsbijstand en dient de advocaat gedurende de eerste 24 uren van de detentie zijn cliënt te kunnen bezoeken. Als u een beroep doet op ons kantoor dan kunt u er van op aan dat u tijdens uw detentie zo snel mogelijk wordt bezocht om u te adviseren over uw rechten en de wijze waarop u uw verklaring bij de politie dient in te richten
Verdachte
Bij een aanhouding op heterdaad of bij een gerichte politie actie, zoals een snelheids- of alcoholcontrole, kunt u in aanraking komen met de politie en aangehouden worden. Ook buiten gevallen van heterdaad kunt u op bevel van de officier van justitie aangehouden worden. Voorwaarde voor aanhouding is dat u aangemerkt wordt als verdachte. Volgens de wet wordt als verdachte aangemerkt degene waarvan uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld voortvloeit. In dergelijke gevallen dient de politie u erop te wijzen dat u verdacht wordt van een strafbaar feit en u tevens te melden dat u een zwijgrecht hebt.
Verhoor
Ook is het mogelijk dat u wordt uitgenodigd voor een gesprek op een politiebureau. U bent niet verplicht daaraan gehoor te geven. Bij een dergelijke uitnodiging hoeft het voor u niet altijd duidelijk te zijn dat u als verdachte wordt aangemerkt. U kunt ook als getuige door de politie worden uitgenodigd. U moet er dan rekening mee houden dat u gedurende het gesprek voor uzelf belastende verklaringen kunt afleggen, waardoor u het risico loopt dat u verdachte wordt. Bij een dergelijk gesprek met de politie wordt u dan wellicht niet op uw zwijgrecht gewezen. Indien u gedurende een dergelijk gesprek door de politie als verdachte wordt aangemerkt dan moet de politie u alsnog op uw zwijgrecht wijzen. Op dat moment begint ook de tijd te lopen dat u mag worden opgehouden voor verhoor.
De verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen
Het is belangrijk te beseffen dat een verdachte nog geen dader is. De politie heeft tot taak onderzoek te verrichten naar de betrokkenheid van een verdachte bij een overtreding of misdrijf. Uiteindelijk beslist de rechter. In Nederland geldt de regel dat iedereen onschuldig is totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan. Pas als de rechter tot een veroordeling komt dan wordt de verdachte als dader aangemerkt.
Ophouden voor verhoor
Een verdachte mag maximaal zes uur voor verhoor opgehouden worden, met dien verstande dat de tijd tussen 24.00 uur en 9.00 uur niet wordt meegerekend. Wanneer u zich op verzoek van de politie 's avonds vrijwillig meldt voor een verhoor en u daarbij als verdachte wordt aangemerkt dan loopt u het risico dat u vervolgens een nacht in een politiecel moet doorbrengen. Indien de politie u langer wil vasthouden voor verhoor dan dient u daartoe door een officier van justitie of een hulpofficier van justitie in verzekering te worden gesteld. Een afschrift van het bevel tot inverzekeringstelling dient aan u te worden uitgereikt. Ook uw advocaat dient hiervan een afschrift te ontvangen.
Beperkingen en uw rechten
Op het politiebureau kan u bepaalde beperkingen opgelegd krijgen. U mag bijvoorbeeld niet telefoneren of post verzenden. Voorts kan u een verbod tot contact met de buitenwereld opgelegd worden. De politie heeft het recht u te fouilleren. Voorts mag zij u, afhankelijk van de zwaarte van de verdenking, fotograferen. Soms worden uw vingerafdrukken genomen. Ook kan de politie voorwerpen die van belang zijn voor het onderzoek tijdelijk van u afnemen en/of in beslag nemen. Als u het hier niet mee eens bent dan kunt daarover klagen bij de rechter. Daarvoor is tussenkomst van een advocaat vereist. Van belang is te weten dat de politie u niet uw contact met uw advocaat mag onthouden. Deze moet u in principe tijdens de eerste verhoren al kunnen bijstaan. Het is echter van belang om uitdrukkelijk te vragen naar bijstand door een advocaat. Indien de politie u tijdens de eerste verhoren elk contact met een advocaat onthoudt dan is het onder omstandigheden verstandig om een beroep te doen op uw zwijgrecht. Dat is uw recht om niet tot beantwoording van door de politie aan u gestelde vragen over te gaan. Uw advocaat kan tijdens uw eerste gesprek met hem u uitvoerig voorlichten over uw rechten.
Inverzekeringstelling
Inverzekeringstelling vindt plaats voor een maximale termijn van drie dagen. Na afloop van deze termijn is een verlenging met nogmaals drie dagen mogelijk. Uiterlijk binnen een periode van 3 dagen en 15 uur na uw aanhouding dient u vervolgens voor een rechter-commissaris te worden geleid. Dit is een onderzoeksrechter. Deze zal toetsen of de inverzekeringstelling rechtmatig was en of u op vordering van de officier van justitie in bewaring wordt gesteld. Voordat de rechter-commissaris op de vordering tot bewaring beslist zal hij de verdachte horen. De advocaat van de verdachte zal daarbij de belangen van hem bepleiten. Direct na de inverzekeringstelling kan uw advocaat u bezoeken. In de praktijk komt het ook vaak voor dat een verdachte, gezien een cellentekort of geringe ernst van de overtreding waarvan hij wordt verdacht, na verhoor door de politie weggezonden wordt. Dit betekent echter niet dat er geen strafzaak zal volgen. Het komt vaak voor dat de verdachte op het moment van heenzenden door de politie een dagvaarding krijgt uitgereikt of dat hij deze op een later tijdstip thuis ontvangt. Het is eveneens niet ongebruikelijk dat deze dagvaarding pas na enige maanden de verdachte thuis bereikt. Ook als u heengezonden wordt is het niet onverstandig om u bij een advocaat over het mogelijke verloop van de procedure te oriënteren.
De verlenging van de inverzekeringstelling
De inverzekeringstelling duurt in eerste instantie drie dagen en vijftien uur. In deze periode overleg de politie met een officier van justitie wat er verder moet gebeuren. Er zijn dan drie mogelijkheden:
- de officier van justitie vindt dat u in het belang van het onderzoek nog langer moet worden
vastgehouden. Hij kan de inverzekeringstelling op het politiebureau nog eens verlangen met
maximaal 3 X 24 uur. Van dit bevel tot verlenging krijgt u een afschrift;
- de officier van justitie ziet geen grond om u langer vast te houden en laat u in vrijheid;
- de officier van justitie vindt het onderzoek inmiddels ver genoeg gevorderd om een
beslissing te kunnen nemen over de de vraag of u verder vervolgd moet worden.
Voorgeleiding bij de officier van justitie
Na afloop van de inverzekeringstelling wordt u naar het parket ( =bureau) van de officier van justitie gebracht. U wordt dan, zoals het heet, voorgeleid. De officier van justitie heeft uw dossier al van de politie ontvangen. Hij weet dus wat u zelf hebt verklaard in uw proces-verbaal, wat eventuele getuigen hebben verteld, welke ‘sporen’ er gevonden zijn, enzovoorts. Heeft de reclassering een rapport over u gemaakt, dan heeft de officier dat ook. Verder weet hij of u al eerder in contact bent geweest met politie of justitie. Als u wordt voorgeleid zal de officier van justitie u vragen stellen om zich een voorstelling te maken van wat er is gebeurd.
Na de voorgeleiding
Na de voorgeleiding zijn er twee mogelijkheden.
– De officier van justitie vindt het niet nodig dat u nog langer wordt vastgehouden. U wordt
dan in vrijheid gesteld. Dit betekent overigens niet dat u overal vanaf bent. De vervolging kan
gewoon verder gaan. Besluit de officier om u verder te vervolgen, dus om de zaak voor de
rechter te laten komen, dan krijgt u uw dagvaarding mee of ontvangt deze thuis.
– De officier van justitie vindt dat u nog langer moet worden vastgehouden. Hij zal de rechter-
commissaris vragen om een ‘bevel tot bewaring’ af te geven. De rechter-commissaris zal
u daarop horen. Uw advocaat staat u daarin bij. De rechter-commissaris geeft zowel aan u
als aan uw advocaat de gelegenheid om een mening te geven op het voorstel van de officier
tot inbewaringstelling. Uw advocaat zal dan de redenen aanvoeren waarom u naar huis kunt
gaan. Het laatste woord is echter aan de rechter-commissaris.
Begin van de voorlopige hechtenis: de bewaring
Wijst de rechter-commissaris het verzoek van de officier van justitie toe dan geeft hij een bevel tot bewaring. Hiermee begint uw voorlopige hechtenis. Meestal wordt u overgebracht naar een huis van bewaring. Het kan ook zijn dat u weer wordt teruggebracht naar het politiebureau; dit heet ‘preventief zitten’. De bewaring duurt maximaal 14 dagen en kan niet worden verlengd.
Gevangenhouding
Na 14 dagen eindigt uw inbewaringstelling. Vindt de officier van justitie dat u in voorlopige hechtenis moet blijven, dan zal hij de rechtbank om een bevel tot gevangenhouding vragen. Dit maakt tevens onderdeel uit van uw voorlopige hechtenis. Voordat de rechtbank hierover een beslissing neemt, wordt u door de rechter opgeroepen. U wordt opnieuw in de gelegenheid gesteld om uw mening te geven. Een bevel tot gevangenhouding geldt voor maximaal 90 dagen. Als dit bevel voor kortere termijn wordt gegeven, kan het ook tot maximaal 90 dagen worden verlengd als de officier van justitie de rechtbank daarom vraagt.
Duur van voorlopige hechtenis
Het totale voorarrest kan dus maximaal 110 dagen duren: 6 dagen inverzekeringstelling, 1x14 dagen bewaring en 90 dagen gevangenhouding. De eventuele rechtszitting begint binnen deze termijn. Mogelijk zit u vast terwijl het vooronderzoek nog niet is afgerond. Dan loopt uw voorarrest door totdat de rechter een uitspraak in uw zaak heeft gedaan. De voorlopige hechtenis (bewaring en gevangenhouding bij elkaar) kan tussentijds worden beëindigd. Dat betekent dat u vrij komt. Bij schorsing kunnen bepaalde voorwaarden worden opgelegd; bij opheffing niet. Met andere woorden: opheffing is een definitieve beëindiging; schorsing kan, als u zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt, weer worden teruggedraaid. Uw advocaat verzorgt voor u een verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis. Tegen een bevel tot gevangenhouding, de verlenging daarvan, of de beslissing van de rechtbank om het verzoek tot opheffing of schorsing van de gevangenhouding af te wijzen kan uw advocaat in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Hiervoor hebt u drie dagen de tijd. U kunt maar eenmaal in hoger beroep gaan. Als u dus tegen het eerste bevel tot gevangenhouding hoger beroep hebt aangetekend, kunt u dat niet meer doen tegen een verlenging. Bent u tegen de eerste verlenging in hoger beroep gegaan, dan kunt u dat niet meer tegen een tweede verlenging doen.
Gerechtelijk vooronderzoek
Soms heeft de officier van justitie voorafgaand aan het verzoek tot bewaring, een vordering tot gerechtelijk vooronderzoek gedaan. Hij kan dat ook tegelijk met het verzoek tot bewaring doen. Het opsporingsonderzoek van de politie wordt dan voortgezet door de rechter-commissaris. Tijdens dit gerechtelijk vooronderzoek kan de rechter-commissaris getuigen horen. Ook kan hij de politie of officier een aantal bevoegdheden geven in het kader van het onderzoek, zoals het openmaken van post, het afluisteren van telefoongesprekken en het doorzoeken van een woning. De rechter-commissaris kan dieper op uw persoonlijke situatie ingaan dan de politie. Zo kan hij de reclassering vragen een voorlichtingsrapport over u te maken, en eventueel kan hij een psychiatrisch rapport vragen. Het kan zijn dat u voor dit laatste ter observatie moet worden opgenomen. Ook kunt u de rechtercommissaris vragen of hij getuigen, die uw verhaal kunnen bevestigen, wil horen. Als er geen gerechtelijk vooronderzoek wordt gedaan, kan uw advocaat de rechter-commissaris vragen om onderzoek in uw belang te doen. Ook kan de advocaat verzoeken om een zogenaamde mini-instructie. Vindt de rechter-commissaris dat het onderzoek klaar is, dan stuurt hij alle stukken naar de officier van justitie. Die zal vervolgens moeten beslissen of hij de vervolging tegen u verder voortzet of niet.
Seponeren
De officier van justitie kan ook besluiten om uw zaak te seponeren. Hij ziet dan af van verdere vervolging, uw zaak wordt dus niet aan de rechter voorgelegd. De politie en de officier van justitie bewaren de gegevens wel. Als u nog eens wordt aangehouden, worden deze gegevens erbij gehaald. Verdere vervolging betekent dat de officier van justitie uw zaak aan de rechter wil voorleggen. U krijgt in dat geval een dagvaarding om voor de rechter te verschijnen.
Naar de rechter
Bent u inmiddels op vrije voeten gesteld, maar uw zaak wordt wel voortgezet, dan ontvangt u uw dagvaarding thuis. Zit u nog in voorarrest dan ontvangt u uw dagvaarding in het huis van bewaring. Als de rechtbank tweemaal een bevel tot gevangenhouding heeft verlengd en u heeft nog steeds geen dagvaarding ontvangen, dan moet u in vrijheid worden gesteld.
De dagvaarding
De dagvaarding is een oproep aan de verdachte om op een bepaalde dag en tijdstip te verschijnen voor de rechter teneinde zich te verantwoorden over het feit/de feiten waar hij van wordt beschuldigd. De beschuldiging wordt in de dagvaarding omschreven en wordt tenlastelegging genoemd. Grondslag voor de terechtzitting is niet het werkelijk gebeurde, maar hetgeen de verdachte ten laste is gelegd. De officier van justitie dient dan het feit te bewijzen zoals hij het ten laste heeft gelegd.
De gerechtelijke instanties
In Nederland zijn er drie instanties die zich met strafrechtprocedures bezighouden: de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad. De rechtbank valt in strafzaken te onderscheiden in de kantonrechter, politierechter en de meervoudige kamer. Lang niet alle zaken worden aan een rechter voorgelegd. De politie en de officier van justitie kunnen een groot aantal zaken zelf afhandelen. Het kantongerecht behandelt in strafzaken alleen overtredingen. Vaak gaat het om zaken waarin de politie of officier van justitie eerder een schikkingsvoorstel heeft gedaan. Als de verdachte niet op een dergelijk voorstel ingaat dan komt de zaak bij de kantonrechter. De verdachte ontvangt dan een dagvaarding waarin staat waar hij van wordt verdacht. De kantonrechter onderzoekt op de zitting op basis van de stukken wat er is gebeurd. De kantonrechter kan ook getuigen horen. De kantonrechter doet meestal meteen na de zitting een mondelinge uitspraak. Tegen de uitspraken van de kantonrechter is hoger beroep mogelijk bij het Gerechtshof. De politierechter en de meervoudige kamer behandelen in principe alleen misdrijven. De politierechter, waarbij slechts een rechter voorzit, behandelt misdrijven waarbij een maximale gevangenisstraf van 1 jaar gevorderd en uitgesproken kan worden. De meervoudige kamer, welke uit drie rechters bestaat, behandelt moeilijke zaken. Bij zowel de politierechter als de meervoudige kamer vindt volgens de wet het onderzoek pas op de terechtzitting plaats. Dit neemt niet weg dat het eigenlijke onderzoek veel eerder heeft plaatsgevonden middels politieverhoren welke in een procesverbaal zijn vastgelegd. Voorafgaand aan de zitting nemen de rechters kennis van deze stukken.